De roze olifant van het schoolverzuim
Dit artikel maakt onderdeel uit van een drieluik en is eerder op LinkedIn verschenen.
Op 19 november 2025 was ik op een event van het Kennisnetwerk Schoolaanwezigheid waarin de cultuuromslag van het bestrijden van schoolverzuim naar het bevorderen van aanwezigheid op school centraal staat. De andere kant van dezelfde medaille: af- dan wel aanwezig op school. Het terugdringen van schoolverzuim staat hoog op het prioriteitenlijstje van de rijksoverheid. Zo hoog dat er een nieuw wetsvoorstel ligt: een wet waarbij we op de oude voet doorgaan. Dat dit geen soelaas gaat bieden en dat we de focus op het verkeerde vraagstuk leggen is het onderwerp van deze eerste in een serie van drie blogs die ik aan dit onderwerp wijdt. In de tweede blog ga ik in op alternatieve en verdiepende perspectieven en de derde blog op concrete oplossingen.
‘Veelkoppige monsters’
Al jaren zijn thuiszitters en voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) een ‘doorn’ in het oog van de overheid. Met onder andere het thuiszitterspact uit 2016 en de middelen voor voortijdig schoolverlaters wordt gepoogd het aantal thuiszitters en vsv’ers terug te dringen. Wat al jaren maar niet echt goed wil lukken. En dus spreekt het NRO (sinds 1-1-2026 het NKO: Nationaal Kennisinstituut Onderwijs) in een van zijn kennisrotondes van ‘veelkoppige monsters’[1] als het gaat om verzuim en vsv, waarvoor voormalig onderwijsminister Dijkgraaf in 2023 een ‘aanvalsplan’ lanceert.[2]
Hoeveel kinderen en jongeren geen onderwijs ‘genieten’ die dat wel volgens de leerplicht en kwalificatieplicht zouden moeten, weten we niet. Onder meer omdat het een definitiekwestie betreft. Oudervereniging Balans die de dappere uitdaging weer aanging om het aantal thuiszitters te ‘tellen’, kwam in 2024 uit op zo’n 70.000: ‘een conservatieve schatting’.[3] In deze laatste telling van Balans zijn ook de vsv’ers meegenomen: jongeren die school verlaten zonder een mbo-2-, havo- of vwo-diploma.
Dat de overheid zich druk maakt over de thuiszitters en vsv’ers is niet geheel onterecht. Een diploma is dikwijls het toegangsbewijs tot de arbeidsmarkt of een vervolgopleiding en kan de kers op de taart zijn ter afsluiting van het doorlopen van onderwijs. Ik schrijf bewust ‘kan’. Want het is niet altijd zo. Zo is een rode draad in de vele verhalen van thuiszitters dat thuiszitten een uitweg biedt aan een schoolgang die eerder meer schade toebrengt dan dat het de ontwikkeling op een positieve manier ondersteunt. Ook zijn er genoeg vsv’ers die wel degelijk een succesvolle loopbaan weten op te bouwen, al dan niet in de vorm van ondernemerschap, ook zónder het befaamde papiertje. Simpelweg stellen dat het voor ieder kind en jongere het beste is om naar school te gaan om er een diploma te kunnen halen, kan dus (nog) niet.
Achter iedere jongere die het onderwijs al dan niet tijdelijk verlaat, zit een verhaal. In verschillende onderzoeken wordt onderscheid gemaakt tussen kind- en schoolfactoren. En wat daarin opvalt, zonder dat het de aandacht krijgt die nodig is: het onderwijs speelt in ruim de helft van de gevallen een belangrijke rol. Denk aan: de opleiding valt tegen, de verkeerde keuze is gemaakt, er wordt te weinig betrokkenheid of ondersteuning vanuit school ervaren, de onderwijskwaliteit is slecht.
En precies hier hebben we het te weinig over. Het lijkt makkelijker om vooral naar de leerling of de student te kijken, het verzuim zélf te problematiseren en daar de aandacht op te richten. Met schoolaanwezigheid als nieuwe verpakking.
‘Making waves’
Schoolaanwezigheid als ‘oplossing’ is geen Nederlandse ‘uitvinding’ voor verzuim en schooluitval. School attendance is een internationale hype. Zo schrijft het ministerie van onderwijs in de UK: “Every day at school counts. The evidence is clear – even a few days of missed school can have a significant impact on a child’s education and future prospects.”[4] Los van het feit dat het omgekeerde óók waar is, zeker in geval van getraumatiseerde thuiszitters, gaan achter het onderzoeksbewijs (zover je überhaupt van ‘bewijs’ kunt spreken)[5] veelal meritocratische opvattingen schuil.
In 2022 vond het internationale congres ‘Making waves’ van het International Network for School Attendance.[6] Het Nederlandse netwerk blikt er op 19 november jl. op terug. Het Amerikaans aanvoelende idee is kinderen al vanaf jongs af aan positief te belonen voor hun aanwezigheid op school (‘attendance heroes’). In het hoofdstuk ‘Macht door onmacht’ van De Onderwijstrilogie (Castenmiller, 2025, deel 1) haal ik het werk Punished by Rewards aan – over hoe beloningsprogramma’s een averechtse uitwerking kunnen hebben. Belonen, evenals straffen, draagt ertoe bij dat intrinsieke motivatie op een ‘lager pitje’ komt te staan, ten gunste van de extrinsieke motivatie. Met on(th)echtheid als gevolg. Ik vraag me af of we ons dat voldoende realiseren en niet te veel meegaan in iets dat gestoeld is op de Amerikaanse cultuur.
Schoolaanwezigheid vaart op het MD-MTSS model[7], waarbij het zo vroeg mogelijk signaleren een belangrijk onderdeel is, zodat langdurig verzuim kan worden voorkomen. Meer en beter registreren (b.v. door te werken met duidelijke categorieën) is key in de data-gedreven aanpak van schoolaanwezigheid. Het ‘gevaar’ treedt op wanneer een leerling of student meer dan 10% verzuimt, of dat nu geoorloofd of ongeoorloofd is. Gedurende de hele middag over schoolaanwezigheid vroeg ik mij af: Zien we nu niet het belangrijkste over het hoofd? Namelijk wáárom ze er niet zijn.
De eerder aangehaalde afbeelding met belangrijkste reden om te stoppen met school (vo en mbo), komt uit het rapport van Regioplan (2025).[8] De onderzoekers gingen uitgebreid in gesprek met voortijdig schoolverlaters om meer zicht te krijgen op waarom ze het onderwijs verlieten zonder diploma. Op pagina 21 is terug te zien dat ‘moeite met conformeren aan het schoolsysteem’ een belangrijke rol speelt. Ze vinden het niet flexibel genoeg, er wordt te weinig beroep gedaan op hun creativiteit, missen praktische lesstof en hebben te weinig autonomie – terwijl dat laatste een belangrijke invloed heeft op motivatie. Op het congres van 19 november jl. hoor ik terug dat uit een onderzoek blijkt dat reden nummer drie om onderwijs te verlaten ‘boredom’ is. Interessant onderwijs is geen vanzelfsprekendheid: daar zouden we het over moeten hebben.
Ik had meer vrijheid verwacht in de opdrachten, meer ruimte voor creativiteit, maar dat was er niet. Ik heb het idee dat opleidingen vaak doen vaak alsof ze creatiever zijn dan dat ze daadwerkelijk zijn. Uiteindelijk moet alles toch volgens het boekje. Wat jammer is, ik kon mijn creativiteit niet kwijt. (Veenstra, Duysak & Van der Wel, 2025, p. 19)
Niet alleen kan school saai zijn, en kunnen leerlingen en studenten te weinig geprikkeld worden, schoolaanwezigheid kan ook schade toebrengen. Vanuit de verschillende onderzoeken naar thuiszitters (zie ook mijn eerdere rapport Staat van de Thuiszitters uit 2021), blijkt dat wanneer leerlingen (al dan niet geoorloofd – de registratie ervan verschilt per school en/of regio) ziek thuis komen te zitten, het voor hen ziekmakende onderwijssysteem een grote rol speelt. Niet zelden ervaren niet alleen hoogbegaafde thuiszitters de schoolgang als onveilig en ontwikkelen een schooltrauma. We zouden het dus over leerrecht moeten hebben en over wat gezond en goed onderwijs is – waarbij de antwoord op die vraag voor verschillende kinderen verschillend kan uitpakken. Het recht van kinderen en jongeren op een ononderbroken ontwikkelingsproces en de zorgplicht van scholen, bieden hiertoe al de eerste wettelijke kaders. Balans schrijft treffend op haar website: “Schoolaanwezigheid is nog geen volwaardig onderwijs met leerrecht waarin de zorgplicht van scholen is geborgd.”[9]
Een reparatiewet
Omdat verzuim veelal een voorbode is van uitval, is de strategie vanuit beleidsmakers duidelijk: het verzuim moet worden teruggedrongen. Daartoe is een nieuwe wet opgetuigd: de wet Terugdringen schoolverzuim. De nieuwe wet[11] en de uitwerking ervan hebben een aantal keer voorgelegen; afgelopen week sloot de laatste internet consultatie.[11] De nieuwe wet houdt in dat een aantal bestaande wetten worden gewijzigd. In de memorie van toelichting[12] is terug te lezen dat het doel van de wet is de randvoorwaarden te creëren om langdurig verzuim te voorkomen en verminderen:
- De wet schrijft voor welke onderdelen het verzuimbeleid van scholen moet bevatten;
- dat verzuim op scholen in categorieën moet worden geregistreerd en dat gegevens over geoorloofd en ongeoorloofd verzuim gedeeld moeten worden met de gemeente, het samenwerkingsverband en de minister;
- dat scholen een signaal ‘zorgelijk ongeoorloofd verzuim’ aan leerplicht kunnen melden (nog voor de verplichte melding van zestien uur in vier weken);
- dat bij een vrijstelling op lichamelijke of psychische gronden het onderwijskundig perspectief moet worden betrokken;
- dat er variatie in tijdsduur bij deze vrijstelling mogelijk wordt.
Al jaren zijn er geluiden, ook vanuit het werkveld, dat de Leerplichtwet 1969 niet meer volstaat om thuiszitters te voorkomen. Meer registreren, eerdere gegevensdeling: daarin ligt de oplossing niet. De leerplichtwet valt nog altijd onder het strafrecht en leerplichtambtenaren zijn in de kern nog altijd handhavers. De roep om vernieuwing van de leerplichtwet is geen roep om méér van hetzelfde. Het gaat daarin om het beter vastleggen en beschermen van het leerrecht van kinderen en jongeren. In plaats van dat aan te pakken, wordt nu een verouderde wet nog strakker afgesteld. Voor menig thuiszitter is de vrijstelling soms nog de enige uitweg uit een voor hen ziekmakend onderwijssysteem.
De memorie van toelichting en beleidskompasformulier van de nieuwe wet zet de lezer op een dwaalspoor. Het bevat de nodige drogredenen, cirkelredeneringen en doet aan cherrypicking, zoals ook blijkt uit de reactie op de laatste internetconsultatie van Karin Kooreman en Saskia Diederik. De focus wordt verlegd naar symptoombestrijding; er wordt gesuggereerd dat de nieuwe wet bijdraagt aan het verwezenlijken van het recht op onderwijs (‘verzuim en schooluitval staan haaks op het recht van onderwijs’).[13] De wet is erop gericht de actoren rondom het onderwijs in ‘betere positie’ te brengen: de samenwerkingsverbanden, leerplichtambtenaren en het ministerie c.q. de minister.
Gebaseerd op powerplay
Samenwerking tussen scholen, leerplicht, gemeente en samenwerkingsverband wordt nu met de nieuwe wet afgedwongen en ook komen gegevens eerder terecht bij de minister. Deze wil duidelijk meer grip krijgen, maar wat gaat deze daar mee doen? Op het congres werd duidelijk gesteld dat schoolaanwezigheid niet een nieuwe stok moet worden om mee te slaan, maar binnen een technocratische wereld waarin een gezonde omgang met macht geen vanzelfsprekendheid is, is dat wellicht een te romantisch idee. In de laatste hoofdstukken van het eerste deel van De Onderwijstrilogie haal ik voorbeelden aan die in het huidige klimaat weinig goeds voorspellen. Zo hebben we kunnen zien hoe de toenmalige minister powerplay[14] inzette op het moment dat een aantal scholen besloten niet meer de omstreden doorstroomtoets af te nemen, juist in het belang van kinderen.
In ons land zijn meerdere voorbeelden van plekken waar een goede samenwerking bestaat tussen verschillende partijen en waarbij ook wel degelijk het belang van de leerling voorop staat. Er valt veel te leren uit die voorbeelden. Zoals uit de vervolgblogs zal blijken, is er veelal een schat aan kennis te vinden bij leerplichtambtenaren en doorstroomcoaches van verschillende gemeentes en bij verschillende ondersteuningsteams van zowel vo-, mbo- als vavo-scholen over achtergronden van verzuim en schooluitval. Wanneer het gaat om specifieke problematiek, zoals jonge aanwas, bestaan er al volop programma’s (inclusief de financiële middelen) waarin intersectorale samenwerking bestaat.
Met de nieuwe wet en focus op schoolaanwezigheid worden zowel thuiszitters, voortijdig schoolverlaters als het onderwijs meer onder druk gezet. Hiermee drijven we af van waar het over zou moeten gaan: namelijk het ontwikkelen van het onderwijs en mogelijk maken van een inclusief onderwijssysteem waarbinnen er onderwijsaanbod is voor ieder kind en jongere.
Vooruitblik
In deze blog ben ik ingegaan op de problemen rondom de insteek die wordt gekozen met de focus op schoolaanwezigheid en de nieuwe wet. In het volgende blog reik ik alternatieve en verdiepende perspectieven aan.
Voetnoten:
[1] https://www.kennisrotonde.nl/sites/kennisrotonde/files/migrate/PDF-voor-website-Kennisrotonde-antwoord-VRAAG-516.pdf
[2] https://open.overheid.nl/documenten/ronl-4207c32811f96f888882290768d98c3809e615f2/pdf
[3] https://balansdigitaal.nl/wp-content/uploads/2025/04/Thuiszitters-tellen-2.pdf
[4] https://educationhub.blog.gov.uk/2025/08/why-school-attendance-matters-and-what-were-doing-to-improve-it/
[5] Castenmiller, K. (2025). De Onderwijstrilogie. Deel 2 Perspectieven voor het onderwijs.
[7] https://www.steunpuntpassendonderwijs-povo.nl/wp-content/uploads/2023/05/Presentatie_Patricia_A._Graczyk.pdf
[8] https://www.regioplan.nl/wp-content/uploads/2025/04/24061-Eindrapport-Vsvers-aan-het-werk-Regioplan-14mrt25.pdf
[9] https://balansdigitaal.nl/thuiszitters-tellen
[10] https://wetgevingskalender.overheid.nl/Regeling/WGK014222
[11] Overheid.nl | Consultatie Besluit terugdringen schoolverzuim
[12] https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2024D46566&did=2024D46566
[13] Pagina 34 van de memorie van toelichting
[14] https://www.vosabb.nl/doorstroomtoets-scholen-zwichten-voor-powerplay-ocw-po-vo/



